Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995, ECLI:NL:PHR:1995:46.

23. In het midden latend of deze conclusie niet te ver gaat, meen ik dat in ieder geval in het onderhavige geval niet voldaan is aan de hoge eisen die […]/[…] voor het maken van een uitzondering stelt. Er moet tengevolge van onvoorziene omstandigheden sprake zijn van een verbreking van het evenwicht tussen de vordering tot terugbetaling van de destijds verschafte en nadien in koopkracht verminderde geldsom enerzijds en een uitzonderlijk gunstig resultaat van de belegging anderzijds. Wat betreft de onvoorziene omstandigheid komt het er hierbij op aan dat deze van dien aard is dat de echtgenoot op wiens naam het huis staat, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag verwachten dat hij met de enkele teruggave van het destijds ter beschikking gestelde bedrag zonder enige verrekening van de waardevermeerdering van de woning kan volstaan. Kortom, de uitzondering is inderdaad (HR 5 oktober 1990, NJ 1991, 576) tot exceptionele gevallen beperkt. Zodanig geval doet zich hier niet voor, ook niet in verbinding met r.o. 31.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160, en de alinea staat in dat document op bytes 25345 tot 26402.