Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995, ECLI:NL:PHR:1995:46.
24. Het hof heeft in r.o. 31, voorzover hier van belang, geoordeeld dat de vermogenssituatie van partijen niet relevant is voor de beslissing omtrent de vergoedingsrechten, dit wil zeggen voor de vraag of een uitzondering op de nominaliteit gerechtvaardigd is. Onderdeel 4 jo 1 bestrijdt deze beslissing tevergeefs. De uitzondering van […]/[…] zoals hiervoor weergegeven in nr. 22, is toegesneden op onvoorziene omstandigheden tengevolge waarvan een onevenredigheid ontstaat tussen het ter beschikking gestelde bedrag en het daarmee behaalde beleggingsresultaat. Dat is iets anders dan een op basis van een vergelijking van de vermogenssituatie na verrekening toe te passen korrektie. Voor een dergelijke achteraf- korrektie is in de benaderingswijze die zoveel mogelijk aansluit bij het algemene overeenkomsten- en verbintenissenrecht geen plaats.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160, en de alinea staat in dat document op bytes 26418 tot 27283.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160 | shasum -a 256