Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995, ECLI:NL:PHR:1995:46.
26. Ik stel voorop dat het hof zijn beslissing dat sprake is van het voldoen aan een natuurlijke verbintenis niet reeds heeft afgeleid uit de omstandigheid dat de man de goederen en gelden op naam van de vrouw heeft gesteld om te voorkomen dat ze in handen zouden komen van zijn dochters (waarmee alleen bedoeld kan zijn: na zijn vooroverlijden) en van zijn crediteuren. Zie uitdrukkelijk ontkennend r.o. 15: de vrouw mocht er volgens het hof niet op rekenen dat de vermogensoverdrachten definitief waren en nooit meer teruggedraaid zouden mogen worden. Pas eind 1987, zo begrijp ik het hof, kwam hierin een omslag omdat de man toen zijn bedrijf had verkocht en het crediteursargument niet meer speelde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160, en de alinea staat in dat document op bytes 27862 tot 28578.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160 | shasum -a 256