Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995, ECLI:NL:PHR:1995:46.
30. Heersende leer en vaste rechtspraak is dat niet het subjectieve inzicht van degene die gebonden is, beslissend is, maar dat een objectieve maatstaf - dit wil zeggen: naar maatschappelijke opvattingen (thans art. 6:3 BW) - moet worden aangelegd, zowel aan de passieve zijde als aan de actieve zijde van de verbintenis. Vergelijk o.m. HR 9 november 1990, NJ 1992, 212 waarin aan het subjectieve inzicht van de betrokkene te veel gewicht werd toegekend, alsmede Asser-Hartkamp, 4 I, 1992, nr 71 en Verbintenissenrecht (Huijgen), art. 3, aant. 7 en 8. Ik meen dat in het onderhavige geval vrijwel uitsluitend de door het hof aan de man toegeschreven subjectieve bedoelingen voor het hof doorslaggevend zijn geweest. Men kan hiertegen inbrengen dat het hof in r.o. 14 toch ook meer objectieve gezichtspunten noemt - langdurige samenwoning, de grote welstand waarin man en vrouw in de loop van de tijd waren komen te leven, de wederzijdse vermogenssituatie en het weduwenpensioen van f. 75.000,- per jaar na overlijden van de man -, maar deze gezichtspunten worden aangevoerd ter rechtvaardiging van de hoogte van de als natuurlijke verbintenis voldane bedragen, niet om te bepalen òf sprake is van een natuurlijke verbintenis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160, en de alinea staat in dat document op bytes 30643 tot 31882.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160 | shasum -a 256