Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995, ECLI:NL:PHR:1995:46.

32. Onderdeel 3 keert zich tegen de beslissing van het hof in r.o. 11 dat, ook los van de natuurlijke verbintenis, het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid om eerst geld ter beschikking te stellen voor de aankoop van "[A]" en dit bedrag vervolgens binnen vijf maanden weer in rechte terug te vorderen. Onder verwijzing naar hetgeen ik hiervoor onder nr. 14, 16 en 19 heb geschreven, is de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid beperkt tot exceptionele situaties. De enkele omstandigheid dat er slechts een kort tijdsverloop is geweest tussen het ter beschikking stellen van de gelden en het terugvorderen ervan bij wege van vergoedingsaanspraak uit hoofde van het huwelijksgoederenregiem, levert volgens mij niet een dergelijke exceptionele situatie op, althans niet zonder meer. Het hof heeft in r.o. 11 hetzij blijk gegeven van een verkeerde rechtsopvatting hetzij zijn beslissing onvoldoende gemotiveerd. Ik lees in onderdeel 3 hierop gerichte klachten en acht het derhalve gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160, en de alinea staat in dat document op bytes 33981 tot 35006.