Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 mei 1995, ECLI:NL:PHR:1995:46.
34. Uitgaande van de opeisbaarheid van de vergoedingsaanspraak had de man in beginsel recht op wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding. Van afwijking van deze regel van art. 1286 lid 3 (oud) BW wil de Hoge Raad niet snel weten. Zie onder meer HR 1 februari 1985, NJ 1985, 560 en de noot van Van der Grinten onder het arrest. Zie voorts Verbintenissenrecht (Rank), ad art. 119, aant. 4 en de rechtspraak genoemd in Asser-Hartkamp, 4 I, 1992, nr. 523, waaraan toe te voegen HR 12 juni 1992, NJ 1993, 133 en HR 16 september 1994, NJ 1995, 8. In het onderhavige geval zou ik aan deze duidelijke lijn willen vasthouden, ook al in verband met hetgeen ik in nr. 19 heb geschreven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160, en de alinea staat in dat document op bytes 35687 tot 36382.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76804c4595e671e31dfc9f0de7872d9225f6253c9a576a165da1c6af2a2f4160 | shasum -a 256