Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 1995

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 11 april 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 1995, ECLI:NL:PHR:1995:51.

Nu de verdediging in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad om de verklaring van [getuige 1] op haar betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten, door de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te ondervragen en [getuige 1] bij die ondervraging zijn verklaring over verzoekers aandeel in het feit niet heeft ingetrokken maar heeft bevestigd, stond het het hof vrij verklaring van [getuige 1] voor het bewijs te gebruiken, vgl. HR NJ 94,427. Dat [getuige 1] zijn verklaring ten aanzien van een andere medeverdachte introk is in deze zaak niet van belang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49a6e8f4b5f80cebfa47aeed53769072829aa48669e46e406eab6048bbccf5dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49a6e8f4b5f80cebfa47aeed53769072829aa48669e46e406eab6048bbccf5dc, en de alinea staat in dat document op bytes 6001 tot 6597.