Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 1995
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 11 april 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 1995, ECLI:NL:PHR:1995:51.
Voor zover in het middel wordt aangevoerd dat ook het hof de oproeping van [getuige 1] noodzakelijk vond mist het feitelijke grondslag: de getuige was op de lijst geplaatst en niet verschenen, zodat het hof - overigens in een samenstelling waarin het uiteindelijk niet het arrest heeft gewezen - in principe op grond van art. 282, eerste lid, Sv alsnog diens oproeping moest bevelen en zijn medebrenging kon bevelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49a6e8f4b5f80cebfa47aeed53769072829aa48669e46e406eab6048bbccf5dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49a6e8f4b5f80cebfa47aeed53769072829aa48669e46e406eab6048bbccf5dc, en de alinea staat in dat document op bytes 7049 tot 7478.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49a6e8f4b5f80cebfa47aeed53769072829aa48669e46e406eab6048bbccf5dc | shasum -a 256