Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 1995
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 11 april 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 1995, ECLI:NL:PHR:1995:51.
8. Ook vòòr de inwerkingtreding van de Wet computercriminaliteit werd vrijwel algemeen aanvaard dat de pincode, een verzameling gegevens, in strafrechtelijke zin niet als "enig goed" kan worden beschouwd. Ik verwijs onder meer naar NLR, aant. 4 op art. 310, H. W. K. Kaspersen en N. Keijzer, a.w. (p. 46: de term goed ziet op tastbare voorwerpen, "res quae tangi possunt"), het rapport van de Commissie Informatietechniek en strafrecht (Commissie Franken, 1987) , p. 37-39, 68, Corstens in zijn al genoemde bijdrage in NJB, p. 793-794, en de interventie van prof. H. Franken op de NJV-vergadering 1988 (Handelingen NJV 1988, deel 2, p. 10) . In navolging van de commissie Franken heeft de wetgever het begrip "gegevens" niet onder het begrip "goed" willen vatten. Zie kamerstuk 21 551, nr. 6, p. 8 :
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49a6e8f4b5f80cebfa47aeed53769072829aa48669e46e406eab6048bbccf5dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49a6e8f4b5f80cebfa47aeed53769072829aa48669e46e406eab6048bbccf5dc, en de alinea staat in dat document op bytes 15939 tot 16753.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49a6e8f4b5f80cebfa47aeed53769072829aa48669e46e406eab6048bbccf5dc | shasum -a 256