Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 1995
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 11 april 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 1995, ECLI:NL:PHR:1995:51.
" (. .. ) ben ik van mening dat de pas plus PIN-code kunnen worden begrepen als sleutel en die sleutel is vals wanneer zij, hoewel echt, gebruikt wordt door iemand die er zich van meester heeft gemaakt zonder er rechthebbende op te zijn. ( ... ) Na het inbrengen van de pas en het intikken van de PIN-code en het gewenste bedrag geeft de automaat het geld af (en daarmee is ook rubricering als oplichting mogelijk) maar weggenomen is het daardoor nog niet. Het geld ( ... ) moet nog uit het apparaat worden genomen en dat gebeurt dan ook. Ik vestig de aandacht op HR 28 april 1992, DD 92.298. In die zaak had de pashouder onder bedreiging zijn pincode en een bedrag ingetoetst waarna de bedreiger het door de automaat afgegeven geld oppakte en ermee vandoorging. De opvatting dat dit diefstal met bedreiging met geweld was en dat het weggenomen geld aan de reguliere bankpashouder (en niet aan de bank) toebehoorde werd door de Hoge Raad gesanctioneerd. "
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49a6e8f4b5f80cebfa47aeed53769072829aa48669e46e406eab6048bbccf5dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49a6e8f4b5f80cebfa47aeed53769072829aa48669e46e406eab6048bbccf5dc, en de alinea staat in dat document op bytes 20724 tot 21692.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49a6e8f4b5f80cebfa47aeed53769072829aa48669e46e406eab6048bbccf5dc | shasum -a 256