Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995, ECLI:NL:PHR:1995:52.

1. Het cassatiemiddel lijkt, op het eerste gezicht, ertoe te strekken de Hoge Raad te bewegen als derde feitelijke instantie op te treden. Ook in dit stadium van het geding gaat het nl., evenals bij rb. en hof, vooral om de vraag wat er precies is voorgevallen op 31 okt. 1984, tussen + 13.15 u. en + 16.30 u., in het restaurant van [verweerder] , verweerder in cassatie, te [plaats] . De voorstelling van zaken van [verweerder] is op enkele punten niet in overeenstemming met die welke naar voren wordt gebracht door [eiser 2] , eiser tot cassatie onder 2, die toen met een collega-arts het restaurant bezocht voor wat in de stukken een noenmaal wordt genoemd. Het belangrijkste verschil betreft de hoeveelheid klappen die [verweerder] aan [eiser 2] heeft uitgedeeld tijdens een uit de hand gelopen ruzie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c, en de alinea staat in dat document op bytes 4291 tot 5110.