Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995, ECLI:NL:PHR:1995:52.
Voor zover deze klacht steunt op art. 6 EVRM en de daarop betrekking hebbende rechtspraak, met name EHRM 27 okt. 1993 NJ 1994 no. 534, gaat zij uit van een onjuist standpunt. De door het Verdrag gegeven waarborgen betreffen de mogelijkheid als partij te worden gehoord, ook in de hoedanigheid van getuige; zij hebben geen betrekking op de waardering van verklaringen door een partij-getuige afgelegd. Kwesties van "equality of arms" zijn niet in het geding wanneer de ene verklaring geloofwaardiger wordt geacht dan de andere - ook niet wanneer de wet, zoals i.c. art. 213 Rv., de rechter daarbij een steuntje in de rug geeft. Zie ook H.J. Snijders, nt. in NJ bij genoemd arrest; anders M. de Tombe-Grootenhuis NJB 1994 p. 185, met het m.i. niet erg sterke argument dat de partij waarop de bewijslast rust het toch al zo moeilijk heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c, en de alinea staat in dat document op bytes 12545 tot 13394.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c | shasum -a 256