Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995, ECLI:NL:PHR:1995:52.

8. Onderd. 3 tast de begrijpelijkheid aan van de vaststelling van het hof dat [verweerder] en [getuige 1] uit hetgeen door [eiser 2] en [betrokkene 1] werd gezegd de indruk kregen, en door het gedrag van de beide gasten in de gerechtvaardigde veronderstelling waren gebracht, dat de twee heren zouden vertrekken zonder te betalen (zie r.o. 9.2 en 9.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c, en de alinea staat in dat document op bytes 15470 tot 15835.