Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995, ECLI:NL:PHR:1995:52.

Die vaststelling is echter niet onbegrijpelijk. De verklaringen van de getuigen [verweerder] , [getuige 1] en [getuige 2], waardoor het hof zich heeft laten leiden, houden in dat [eiser 2] en [betrokkene 1] te kennen hadden gegeven de rekening niet te willen voldoen, althans niet in haar geheel. [eiser 2] zelf heeft van de aanvang af gesteld dat [verweerder] vòòr het handgemeen "mijn geld! mijn geld!" zou hebben geroepen (of zelf "gebruld", concl. v. repl. in prima p. 7); het tart de verbeelding waarom de heren toen niet eenvoudig teruggeroepen hebben dat zij al betaald hadden, maar misschien waren zij er inderdaad op uit - zoals het hof lijkt te veronderstellen - om de restauranthouder, die er net een Michelin-ster bij had gekregen, eens een lesje te lezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c, en de alinea staat in dat document op bytes 15856 tot 16639.