Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995, ECLI:NL:PHR:1995:52.
9. De onderdelen 4-7 vat ik aldus op dat zij betrekking hebben op de vraag of, op grond van de feitelijke vaststellingen waar het hof van uitgaat, het handelen van [verweerder] als onrechtmatig is aan te merken en tot schadevergoeding verplicht. De subonderdelen 4c en 5b, die nogmaals (vergeefs) aan die feitelijke vaststellingen pogen te morrelen, laat ik buiten bespreking. De overige klachten betogen in verschillende toonaarden dat het gedrag van [verweerder] , ook in deze voorstelling van zaken, onrechtmatig is, hetzij als vorm van eigenrichting, hetzij als aantasting van de lichamelijke integriteit van [eiser 2] , en dat het hof in gebreke is gebleven vast te stellen welke rechtvaardigingsgrond voor dit optreden bestaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c, en de alinea staat in dat document op bytes 16710 tot 17456.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c | shasum -a 256