Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 1995, ECLI:NL:PHR:1995:52.

Het hof geeft op dit punt een primaire en een subsidiaire redenering. Het overweegt eerst (r.o. 10) dat [verweerder] "in beginsel" onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser 2] door deze een klap te geven, maar dat het gedrag van [verweerder] "zozeer is uitgelokt" door dat van [eiser 2] dat het i.c. niet onrechtmatig zou zijn tegenover [eiser 2] . Het hof overweegt vervolgens (r.o. 11) dat ook als dit anders zou wezen - dwz. als de in beginsel bestaande onrechtmatigheid van het gedrag van [verweerder] niet zou worden opgeheven door dat van [eiser 2] -, de verplichting tot schadevergoeding zou zijn vervallen, omdat de billijkheid dit i.c. zou eisen "wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ceec2b90bbe8bd52cdad2ab3aa4c067096ea4d13d75602eb8d67511f9f3336c, en de alinea staat in dat document op bytes 17477 tot 18201.