Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995

Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:55.

2) De rechtbank te Zwolle heeft op 27 januari 1993 aan [eiseres] een bewijsopdracht verleend terzake van de gestelde borgstelling. Daarbij besliste de rechtbank tevens dat de borgtocht - indien zij zou komen vast te staan - is gesteld in de uitoefening van [verweerder] beroep of bedrijf (in de zin van de voormelde bepaling) omdat hij "in feite de meest rechtstreeks belanghebbende was bij de voortgaande leveringen van het leder door [eiseres]" en omdat "het leder van [eiseres] van vitaal belang was" voor de produktie van [verweerder] meubelen. Voorts besliste de rechtbank dat [verweerder], nu hij de borgtocht niet - zoals hij had kunnen doen - had opgezegd, niet aan [eiseres] kan tegenwerpen dat hij na 17 april 1991 feitelijk geen zeggenschap meer in het bedrijf had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41ca3b29f93245b880f0827f48df066d9d12590245c808288e7030c3a029388e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41ca3b29f93245b880f0827f48df066d9d12590245c808288e7030c3a029388e, en de alinea staat in dat document op bytes 5842 tot 6631.