Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:55.

Op het voorgaande stuit ook de slotklacht van het onderdeel af, gericht tegen de slotzin van r.o. 5.5, waarin het hof in dit verband ook het beroep heeft verworpen op het feit dat denkbaar is dat [betrokkene 1] haar toestemming, indien daarom gevraagd, niet zou hebben geweigerd of kunnen weigeren c.q. de rechter in die zin zou hebben beslist. Bovendien heeft de wetgever voor het geval de echtgenoot zijn toestemming weigert, een voorziening gegeven in art. 1:88 lid 2 (toestemming van de kantonrechter). Met de strekking van die bepaling laat zich een beroep op de redelijkheid en billijkheid niet wel verenigen, laat staan een nauwelijks gespecificeerd en, zoals het hof terecht opmerkt, speculatief beroep als het onderhavige.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41ca3b29f93245b880f0827f48df066d9d12590245c808288e7030c3a029388e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41ca3b29f93245b880f0827f48df066d9d12590245c808288e7030c3a029388e, en de alinea staat in dat document op bytes 11181 tot 11925.