Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:55.

Het onderdeel verwijst naar de conclusie van repliek, nr. 9, waarin [eiseres] stelt dat [betrokkene 1] op de hoogte was van de borgtochtverplichting van haar echtgenoot; hierbij wordt impliciet verwezen naar nr. 5 van die conclusie, waar wordt gesteld dat [betrokkene 1], tijdens een op 23 november 1991 ten huize van [verweerder] gevoerd gesprek waarbij ook zij aanwezig was, er geen blijk van heeft gegeven bezwaar te hebben tegen de borgstelling. In nr. 9 wordt hieraan de conclusie verbonden dat [betrokkene 1] geacht moet worden haar toestemming te hebben verleend, althans niet te goeder trouw een beroep kon doen op enige vernietigingsgrond, althans dat [eiseres] kon menen dat van de zijde van [betrokkene 1] toestemming was verleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41ca3b29f93245b880f0827f48df066d9d12590245c808288e7030c3a029388e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41ca3b29f93245b880f0827f48df066d9d12590245c808288e7030c3a029388e, en de alinea staat in dat document op bytes 13823 tot 14578.