Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 1995

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 1995, ECLI:NL:PHR:1995:9.

4.6. Mij komt het voor dat het niet mogelijk is zulke personen (afgezien van tussentijdse vervreemding e.d.) terzake in de inkomstenbelasting te betrekken op enig tijdstip, voorafgaand aan de aflossing en/of conversie: hun valt gedurende de looptijd uit dezen hoofde immers geen aanwijsbaar voordeel toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c0cb8fa11878892c11287b8bfeeca80b74da7e2989ac7fccfc25f6b41b6827d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c0cb8fa11878892c11287b8bfeeca80b74da7e2989ac7fccfc25f6b41b6827d, en de alinea staat in dat document op bytes 10964 tot 11315.