Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 1995
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:AA1640.
J.E.A.M. van Dijck. Uitgangspunt dient te zijn het begrip onderneming in (bedrijfs)economische zin (zie A-G Van Soest in zijn conclusie voor dat arrest). Van belang is verder de aard van de verrichte werkzaamheden (zie o.a. HR 7 maart 1951, B. 8963 en HR 1 september 1976 nr. 17.924, na conclusie van A-G Van Soest, FED Vpb '69: Art. 28: 10 m.nt. H.G.M. Dijstelbloem ) en tot op zekere hoogte ook de relatieve omvang van de werkzaamheden (HR 1 september 1976, nr. 17.924) en het genomen risico (HR 7 maart 1951 en HR 8 november 1989, BNB 1990/73 na conclusie van A-G Verburg en m.nt. G. Slot ). In de Memorie van antwoord betreffende de Wet van 21 juni 1990, Stb. 331, werd gesteld:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80ccae2bd7b5eed3f8b768b6219c00e14be83a81f0b30d38373c4be8003eef25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80ccae2bd7b5eed3f8b768b6219c00e14be83a81f0b30d38373c4be8003eef25, en de alinea staat in dat document op bytes 10186 tot 10883.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/80ccae2bd7b5eed3f8b768b6219c00e14be83a81f0b30d38373c4be8003eef25 | shasum -a 256