Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995, ECLI:NL:PHR:1995:AA3053.

4.1. Ingevolge art. 6 van de Verordening treden de regels van de Verordening in beginsel in de plaats voor hetgeen tussen LidStaten bij bilateraal verdrag overeen is gekomen [HvJ EG 7 juni 1973, nr. 82/72 (Walder), Jurisprudentie HvJ EG 1973, 599, RSV 1974/67]. De omstandigheid dat een dergelijk bilateraal verdrag door de Verordening opzij wordt gezet, mag echter gelet op artikel 48, lid 2 en 51 van het EEG-Verdrag niet leiden tot het verlies van sociale-zekerheidsvoordelen voor de werknemer. Evenmin mag de Verordening leiden tot een vermindering of verlies van krachtens nationaal recht toegekende uitkeringen [HvJ EG 7 februari 1991, C-227/89 (Rönfeldt), Jurisprudentie HvJ EG 1991, 323 ]. Het gaat dan echter om voordelen. Neemt men dat begrip ruim, dan zou daaronder ook kunnen worden begrepen het vervallen van premieplicht ingevolge een bilateraal verdrag. Is echter volgens de Verordening de wetgeving van een andere LidStaat van toepassing, dan is niet van belang dat het bilaterale verdrag de nationale premieplicht in stand laat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a6a3dfc628c95445dff43c6a2fd46b774edd22ee554469e888c3ca6aa2d55c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a6a3dfc628c95445dff43c6a2fd46b774edd22ee554469e888c3ca6aa2d55c1, en de alinea staat in dat document op bytes 17121 tot 18182.