Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995
Alinea 146 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995, ECLI:NL:PHR:1995:AA3054.
"6.5.4. Voor zover de regeling van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, in verbinding met artikel 32a van de [Wet LB 1964] inhoudt, dat de bestuurder te wiens aanzien een strafvervolging als hiervoor bedoeld wordt ingesteld, voor schuldig wordt gehouden tenzij en voor zover hij het tegendeel aannemelijk maakt, is zij niet verenigbaar met het in artikel 6, tweede lid, van het Verdrag vervatte vermoeden van onschuld, zodat zij in zoverre krachtens (...) artikel 94 van de Grondwet buiten toepassing moet blijven. De inspecteur dient bij het aansprakelijk stellen van een bestuurder voor een administratieve boete, belopen door het lichaam, zodanige feiten en omstandigheden te stellen en, bij betwisting, te bewijzen dat daaruit volgt dat sprake is van
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4adeffa8d685b9409283d9676de6ab118a9ff033520733a6e314dcdf59825adc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4adeffa8d685b9409283d9676de6ab118a9ff033520733a6e314dcdf59825adc, en de alinea staat in dat document op bytes 50937 tot 51711.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4adeffa8d685b9409283d9676de6ab118a9ff033520733a6e314dcdf59825adc | shasum -a 256