Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995, ECLI:NL:PHR:1995:AA3054.
1.8.Het Hof (r.o. 6.5.3.) was verder van oordeel dat de aansprakelijkstelling van een bestuurder voor de aan de B.V. opgelegde verhoging moest worden aangemerkt als een tegen die bestuurder ingestelde strafvervolging in de zin van art. 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het in lid 2 van art 6 EVRM neergelegde vermoeden van onschuld bracht volgens het Hof mee dat op de inspecteur de stelplicht en bewijslast rustte ten aanzien van de (mede-)schuld van de belanghebbende aan het belopen van die verhoging door de B.V. Daaraan had de Inspecteur volgens het Hof in dit geval niet voldaan, zodat deze aansprakelijkstelling diende te vervallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4adeffa8d685b9409283d9676de6ab118a9ff033520733a6e314dcdf59825adc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4adeffa8d685b9409283d9676de6ab118a9ff033520733a6e314dcdf59825adc, en de alinea staat in dat document op bytes 7565 tot 8291.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4adeffa8d685b9409283d9676de6ab118a9ff033520733a6e314dcdf59825adc | shasum -a 256