Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995, ECLI:NL:PHR:1995:AA3054.

3.2.2.Bij dezelfde wet werd ook een aansprakelijkheidsregeling ingevoerd voor inleners van - tot een ander in dienstbetrekking staande - werkkrachten ter zake van de (loon- en omzet)belasting en premieschulden van die ander [art. 32a, later 32b Wet LB 1964]. Voor deze categorie werd echter geen uitzondering gemaakt voor de door die ander ingevolge art. 21 of 22 AWR belopen verhogingen. Het gerechtshof te 's-Gravenhage, 9 maart 1993 nr. 89/4935 (VN 1 juli 1993 blz. 1986, pt. 26) besliste dat de inlener niet aansprakelijk kon worden gesteld voor een aan de (formele) werkgever opgelegde verhoging ex art. 21 AWR omdat deze straf een persoonlijk heeft. Uit art. 32b Wet LB 1964 bleek volgens het Hof niet dat de wetgever op dat persoonlijk karakter een inbreuk heeft willen maken en de inlener ook aansprakelijk heeft willen houden voor de door de (formele) werkgever belopen verhogingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4adeffa8d685b9409283d9676de6ab118a9ff033520733a6e314dcdf59825adc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4adeffa8d685b9409283d9676de6ab118a9ff033520733a6e314dcdf59825adc, en de alinea staat in dat document op bytes 17458 tot 18363.