Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995, ECLI:NL:PHR:1995:AA3054.

4.2.Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in arresten in de zaken Engel c.s. en Öztürk aangegeven wanneer van een criminal charge c.q. criminal offence in de zin van art. 6 EVRM sprake is. Dat is steeds het geval als de overtreding naar nationaal recht tot het strafrecht wordt gerekend. De nationaalrechtelijke kwalificatie is echter niet beslissend. Van belang is ook de aard van het vergrijp en de aard en de zwaarte van de straf. Het opleggen van een verhoging als bedoeld in art. 21, lid 1 AWR vormt gelet op de aard van het vergrijp waarvoor de verhoging wordt opgelegd en zijn preventieve en bestraffende karakter een vervolging in de zin van art. 6 EVRM (HR 19 juni 1985, BNB 1986/29).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4adeffa8d685b9409283d9676de6ab118a9ff033520733a6e314dcdf59825adc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4adeffa8d685b9409283d9676de6ab118a9ff033520733a6e314dcdf59825adc, en de alinea staat in dat document op bytes 27039 tot 27772.