Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 1995, ECLI:NL:PHR:1995:AA3054.

4.6.Feteris ziet de aansprakelijkstelling van de bestuurder voor de door een rechtspersoon belopen verhoging op basis van de Invorderingswet 1990 als een tegen de bestuurder gerichte strafmaatregel omdat de bestuurder daarvoor alleen wordt aangesproken als het aan hem is te wijten dat de rechtspersoon die verhoging heeft belopen (art. 32, lid 2 Invorderingswet 1990). Derhalve is art. 6 EVRM zijns inziens van toepassing. Hij wijst daarbij op een beslissing van de ECRM van 30 september 1974 nr. 6277/73, Digest vol. 2 blz. 208. Deze beslissing betrof een Oostenrijkse vennootschap die ingevolge art. 28 (4) van het Oostenrijkse Finanzstrafgesetz wegens nalatigheid aansprakelijk was gesteld voor de aan een van haar vertegenwoordigers opgelegde strafrechtelijke boete. Deze aansprakelijkstelling vond plaats in het kader van de strafprocedure tegen de vertegenwoordiger. De ECRM vond, gelet op de autonome betekenis van het begrip "criminal charge", niet van belang dat de vennootschap volgens Oostenrijks recht niet als beschuldigde of aangeklaagde kon worden beschouwd, maar werd aangeduid als "Nebenpartei" en achtte art 6 EVRM van toepassing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4adeffa8d685b9409283d9676de6ab118a9ff033520733a6e314dcdf59825adc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4adeffa8d685b9409283d9676de6ab118a9ff033520733a6e314dcdf59825adc, en de alinea staat in dat document op bytes 30127 tot 31294.