Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1995
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1995
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1995, ECLI:NL:PHR:1995:AC0054.
6. Een straf die in het geheel geen rekening houdt met de ‘’strafbekwaamheid’’ van de verdachte kan echter niet alleen inhumaan zijn, maar — onder omstandigheden — ook in strijd komen met het verbod van art. 3 EVRM om iemand te onderwerpen aan een onmenselijke bestraffing. Vgl. Van Dijk-Van Hoof, De europese conventie in theorie en praktijk, 3e druk, blz. 257 ev, alsmede HR NJ 1981, 79 (het laatste Menten-arrest) alsook de conclusie van de toenmalige AG Remmelink bij en de noot van Van Veen onder dat arrest en de beslissing van de ECRM NJ 1982, 142. Zie voor de naar Duits recht vereiste Strafempfindlichkeit en Strafempfänglichkeit Schönke-Schröder, aant. 54 bij § 21 StGB, waar gewezen wordt op rechterlijke uitspraken waarin de straf wordt afgestemd op een Haftpsychose resp. een dodelijke ziekte, alsmede Bruns, Strafzumessungsrecht, 2e druk, blz. 497 ev, met op blz. 502 een hele serie gevallen van strafvermindering deswege.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e1f5664502d5ae9701ac6aa563f619751d4b7afde9d1a9a88bae88dd757fb80. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e1f5664502d5ae9701ac6aa563f619751d4b7afde9d1a9a88bae88dd757fb80, en de alinea staat in dat document op bytes 18001 tot 18966.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e1f5664502d5ae9701ac6aa563f619751d4b7afde9d1a9a88bae88dd757fb80 | shasum -a 256