Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 1996

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:11.

7. Uit het voorgaande volgt dat het vs. van de rb. niet in stand kan blijven en dat verwijzing zal moeten volgen. De rechter waarnaar verwezen wordt zal alsnog hebben te onderzoeken, aan de hand van objectieve gegevens, in hoeverre de bebouwingsmogelijkheid van de binnenplaats waardenbepalend was voor de gehuurde bedrijfsruimte en daarom bij de nadere vaststelling van de huurprijs overeenkomstig art. 1632a moet meespelen. Eventueel zal daartoe een beroep moeten worden gedaan op deskundige voorlichting. Onderdeel 4 behoeft in verband hiermee geen behandeling. Het signaleert overigens terecht dat de rb. niet enerzijds de beslissing van de ktr. kon overnemen dat de huurprijsvaststelling slechts op een winkelruimte van 55 m2 betrekking heeft, anderzijds tot het oordeel kon komen dat de mogelijkheid tot uitbreiding van de winkelruimte met 100 m2 reeds in de aanvakelijk overeengekomen huurprijs was verdisconteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/672b2afd118890a031d53f7cda0a274d5e1d7e257153ddfd897ec079922feec6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 672b2afd118890a031d53f7cda0a274d5e1d7e257153ddfd897ec079922feec6, en de alinea staat in dat document op bytes 12050 tot 12996.