Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 1996
Alinea 7 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:11.
3. [eiser] heeft zich in sept. 1992 tot de ktr. gewend met het verzoek de huurprijs nader vast te stellen op ƒ 4.033,33 per maand. Hij stelde daartoe dat tussen partijen geen overeenstemming bestaat over de aanpassing van de huurprijs na het verstrijken van de tweede huurperiode van vijf jaar, en dat de thans geldende huurprijs royaal ligt onder het huurprijsniveau van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse. [verweerder] heeft tegen deze vordering verweer gevoerd. De ktr. oordeelde dat de uitbreiding van het vloeroppervlak van de winkel over de binnenplaats te beschouwen is als een door de huurder aangebrachte verbetering, welke bij de vaststelling van de huurprijs niet meetelt (zie art. 1632a lid 2). Wat betreft het vloeroppervlak van 55 m2, dwz. dat van de oorspronkelijke winkel, meende de ktr. dat de huurprijs, in het licht van gegevens over huurprijzen van vergelijkbare panden, nader moet worden vastgesteld op ƒ 1.430,-- per maand. De rb. bekrachtigt van vs. van de ktr. Zij leest in de grieven van [eiser] een primaire en een subsidiaire stelling. Volgens de primaire stelling dient voor de huurprijsvaststelling te worden uitgegaan van een winkeloppervlak van 155 m2. De uitbreiding van het winkeloppervlak was weliswaar bekostigd door de huurder, maar deze moet worden geacht na dertien jaar zijn investering te hebben afgeschreven en terugverdiend. Volgens de subsidiaire stelling zou bij de vaststelling van de huurprijs rekening moeten worden gehouden met de aanwezigheid van de binnenplaats ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst. Die aanwezigheid zou reeds toen mogelijkheid in zich hebben gedragen de verkoopruimte tegen geringe kosten te vergroten. Zie rb., r.o. 7.3. De primaire stelling wordt door de rb. verworpen (r.o. 7.4). De voor rekening van [verweerder] tot stand gebrachte uitbreiding van het gehuurde (bedoeld moet zijn: van de bebouwing) is een verbetering van het gehuurde als bedoeld in art. 1632a, lid 2, aldus de rb., waarmee bij de vaststelling van de huurprijs geen rekening kan worden gehouden. Het tijdsverloop sedert het aanbrengen van de verbetering zou daarbij, onder de omstandigheden van het onderhavige geval, geen rol spelen. Tegen deze beslissing wordt in cassatie niet opgekomen. Ook het subsidiaire standpunt van [eiser] wordt door de rb. niet gedeeld (r.o. 7.5). Zij aanvaardt dat de aanwezigheid van de binnenplaats de mogelijkheid bood tot uitbreiding van de winkel, en daarom van invloed zou kunnen zijn op de huurwaarde. Zij leidt evenwel uit de gang van zaken bij de totstandkoming van de huurovereenkomst af dat bij het aangaan daarvan tussen de rechtsvoorganger van [eiser] en [verweerder] rekening is gehouden met de mogelijkheid van uitbreiding en dat deze dusdoende in de huurprijs is verdisconteerd. Tegen die beslissing richt zich het cassatiemiddel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/672b2afd118890a031d53f7cda0a274d5e1d7e257153ddfd897ec079922feec6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 672b2afd118890a031d53f7cda0a274d5e1d7e257153ddfd897ec079922feec6, en de alinea staat in dat document op bytes 5865 tot 8774.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/672b2afd118890a031d53f7cda0a274d5e1d7e257153ddfd897ec079922feec6 | shasum -a 256