Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 1996
Alinea 8 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:11.
5. Onderdeel 2 van het middel (onderdeel 1 heeft een inleidend karakter) verwijt de rb. van een onjuiste rechtsopvatting te zijn uitgegaan. De rb. zou nl. hebben veronachtzaamd dat de verlenging van de huurovereenkomst na het verstrijken van het tweede tijdvak van vijf jaar uit de wet voortvloeit en niet op contract steunt, en dat in dat geval de huurprijs niet aan de hand van de partijbedoeling dient te worden bepaald maar louter op grond van de bestaande huurprijzen voor vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse. Deze opvatting vindt steun in de bewoordingen van art. 1632a lid 2 en in de uitlegging die daaraan is gegeven in de jurisprudentie. HR 15 juli 1986 NJ 1987, 20 oordeelde, op het voedspoor van HR 21 nov. 1980 NJ 1981, 285, dat de rechter bij de nadere vaststelling van de huurprijs geen betekenis mag toekennen aan de oorspronkelijke overeenkomst van partijen, voor zover deze een huurprijs overeenkwamen die niet overeenstemde met die van vergelijkbare percelen ter plaatse. Een andere opvatting zou, aldus de Hoge Raad, niet stroken met de aan de wet ten grondslag liggende gedachte dat, nu de voortzetting van de huur niet is gebaseerd op een overeenkomst tussen partijen, de huurprijs moet worden bepaald met inachtneming van een objectieve maatstaf. Deze uitlegging wordt mede gemotiveerd door een beroep op de parlementaire geschiedenis; zie ook concl. mr Leijten bij het arrest van 1986, no. 22-24. Zie voorts HR 26 feb. 1993 NJ 1993, 318, waar uitdrukkelijk wordt overwogen dat, nu de voortzetting van de huur na een bepaalde datum niet op de huurovereenkomst was gebaseerd maar op de wet, er "geen ruimte" is "om nog rekening te houden met bijzondere omstandigheden die in de oorspronkelijke overeenkomst zijn verdisconteerd" (r.o. 3.2.4.). Dit laatste is echter precies wat de rb. i.c. heeft gedaan. Verg. ook W.A.P. Smit, Huurrecht bedrijfsruimten (5e dr. 1993) p. 165-169; Dozy en Jacobs, Hoofdstukken huurrecht voor de praktijk (2e dr. 1994) p. 342-344; HR 6 nov. 1992 NJ 1993, 578. Onderdeel 2 slaagt daarom.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/672b2afd118890a031d53f7cda0a274d5e1d7e257153ddfd897ec079922feec6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 672b2afd118890a031d53f7cda0a274d5e1d7e257153ddfd897ec079922feec6, en de alinea staat in dat document op bytes 8802 tot 10881.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/672b2afd118890a031d53f7cda0a274d5e1d7e257153ddfd897ec079922feec6 | shasum -a 256