Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 1996

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:11.

6. Onderdeel 3, dat een verzameling klachten bevat, dient in verband met het voorgaande aldus te worden gelezen dat het de rb. verwijt niet te hebben onderzocht of het gehuurde zich, door de aanwezigheid van een binnenplaats, er niet toe leende om met betrekkelijk geringe kosten door de huurder te worden verbouwd tot een aanzienlijk grotere winkel. De mogelijkheid tot verbouwing zou nl. een objectieve omstandigheid zijn die mede bepalend is voor de huurwaarde. Ook deze klacht wordt terecht naar voren gebracht. Uit HR 9 juli 1990 NJ 1991, 198 blijkt dat de geschiktheid van het pand tot verbetering een waarde-element is dat bij de nadere vaststelling van de huurprijs in aanmerking moet worden genomen. Verg. ook Asser-Abbas (7e dr. 1990) no. 304 B; HR 26 apr. 1996 RvdW 95. Als de rb. meende voor de nadere vaststelling van de huurprijs geen rekening te moeten houden met de geschiktheid tot uitbreiding van het vloeroppervlak van de winkel, had zij daartoe de gronden moeten aanvoeren (andere dan de oorspronkelijke partijbedoeling); die gronden ontbreken in het vs. echter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/672b2afd118890a031d53f7cda0a274d5e1d7e257153ddfd897ec079922feec6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 672b2afd118890a031d53f7cda0a274d5e1d7e257153ddfd897ec079922feec6, en de alinea staat in dat document op bytes 10909 tot 12017.