Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 september 1996

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 10 september 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 september 1996, ECLI:NL:PHR:1996:2.

3.5. Dat was inderdaad de strekking van het verweer, en het hof lijkt dat te hebben miskend; vgl. de overwegingen dat "(d)at (...) anders (zou) kunnen zijn als in de feitelijke uitwerking van beide telasteleggingen dezelfde handelingen c.q. valse documenten zouden zijn opgenomen, hetgeen naar het oordeel van het hof slechts het geval is met betrekking tot het in de telastelegging onder 2 opgenomen T1-document van 20 november met het nummer [...] ". De raadsman betoogde namelijk niet dat verzoeker het onder 1. en 2. telastegelegde eerder is verweten, maar dat het telastegelegde gebruik van valse geschriften heeft plaatsgevonden in de periode waarin verzoeker heeft deelgenomen aan een organisatie die het gebruik van valse geschriften tot oogmerk had en dat zou in de zin van art. 68 Sr hetzelfde feit(encomplex) zijn als waarvoor verzoeker in deze zaak wordt vervolgd. (Volledigheidshalve merk ik op dat deelneming aan die organisatie ook in deze zaak (onder 3.) is telastegelegd. De rechtbank verklaarde de officier van justitie ter zake niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging en het vonnis was, nu verzoeker verklaarde dat zijn hoger beroep niet tegen de niet-ontvankelijkverklaring was gericht, in zoverre niet aan 's hofs oordeel onderworpen).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d7e2e4d2e17356b9fd5f650d8601c39f734554c26ff11510b40ca394abf92d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d7e2e4d2e17356b9fd5f650d8601c39f734554c26ff11510b40ca394abf92d8, en de alinea staat in dat document op bytes 14081 tot 15352.