Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 september 1996
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 10 september 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 september 1996, ECLI:NL:PHR:1996:2.
3.6. Niettemin is het middel vergeefs voorgesteld. De strekking van art. 140 Sr is immers een andere dan die van art. 225 Sr: deelneming aan een organisatie die het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft is strafbaar gesteld vanwege de verstoring van orde en rust in de maatschappij die ervan uitgaat, het gebruik van valse geschriften vanwege het maatschappelijke belang bij de betrouwbaarheid van schriftelijke bewijsmiddelen. Vgl. HR DD 86.156 en De Vries- Leemans, Art. 140 Wetboek van Strafrecht. Een onderzoek naar de strafbaarstelling van deelneming aan misdaadorganisaties, diss. KUB, p. 81 - 88. Van vervolging ter zake van dezelfde feiten is dus geen sprake, zodat het hof het verweer ook in zoverre slechts had kunnen verwerpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d7e2e4d2e17356b9fd5f650d8601c39f734554c26ff11510b40ca394abf92d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d7e2e4d2e17356b9fd5f650d8601c39f734554c26ff11510b40ca394abf92d8, en de alinea staat in dat document op bytes 15358 tot 16111.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6d7e2e4d2e17356b9fd5f650d8601c39f734554c26ff11510b40ca394abf92d8 | shasum -a 256