Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 september 1996

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 10 september 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 september 1996, ECLI:NL:PHR:1996:2.

7.4. Mijns inziens kan uit het proces-verbaal van 28 november 1994 niet worden afgeleid dat de aangiften waarop de steller van het middel het oog heeft niet waren voorzien van de vereiste ambtelijke aantekeningen en aftekening. In het proces-verbaal wordt een toelichting gegeven op de nummering van de T1-documenten waarnaar elders wordt verwezen. Uit de omstandigheid dat met betrekking tot een aantal van die documenten wordt vermeld dat deze zijn voorzien van de voorgeschreven aftekening van het Hauptzollamt Frankfurt/Oder volgt niet dat die elders ontbrak. Integendeel, van alle documenten wordt vermeld dat deze zijn afgegeven door dat douanekantoor.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6d7e2e4d2e17356b9fd5f650d8601c39f734554c26ff11510b40ca394abf92d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6d7e2e4d2e17356b9fd5f650d8601c39f734554c26ff11510b40ca394abf92d8, en de alinea staat in dat document op bytes 22305 tot 22976.