Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 1996

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 1 november 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 1996, ECLI:NL:PHR:1996:21.

10. Centraal in het middel staan twee klachten. De eerste klacht houdt in dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de indiening op 11 januari 1994 door ladingbelanghebbenden voor de President van het Tribunal de Commerce te Parijs van het verzoek tot benoeming van een gerechtelijk deskundige niet kan worden aangemerkt als het aanhangig maken van een rechtsgeding met betrekking tot voor beperking vatbare vorderingen in de zin van art. 11 lid 1 van het Verdrag van Londen. De tweede klacht verwijt het Hof te hebben miskend dat de ordonnance van 18 februari 1994 van de President van het Tribunal de Commerce te Duinkerken, waarbij het verzoek van SDV tot fondsvorming werd ingewilligd, door de Nederlandse rechter moet worden erkend en niet op juistheid mag worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38991acf08783cded495adc8f8257d0f9e750cd7549acb6be6404f8a56bb9589. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38991acf08783cded495adc8f8257d0f9e750cd7549acb6be6404f8a56bb9589, en de alinea staat in dat document op bytes 10726 tot 11522.