Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 1996

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 1 november 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 1996, ECLI:NL:PHR:1996:21.

''De verdragsbepalingen van Titel II, inzake de bevoegdheid, en Titel III, betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging, drukken gezamenlijk de bedoeling uit ervoor te zorgen dat, in het kader van de doelstellingen van het Executieverdrag, de procedures die tot het geven van rechterlijke beslissingen leiden, met inachtneming van de rechten van de verdediging verlopen. Op grond van de garanties die de verweerder in de oorspronkelijke procedure zijn verleend, is het Verdrag in Titel III zeer soepel voor wat de erkenning en tenuitvoerlegging betreft. In het licht van deze overwegingen wordt duidelijk, dat het Verdrag hoofdzakelijk die rechterlijke beslissingen voor ogen heeft welke, voordat in een andere staat dan de staat van herkomst om hun erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht, in die staat van herkomst op diverse wijzen het onderwerp zijn geweest of konden zijn van een procedure op tegenspraak.''

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38991acf08783cded495adc8f8257d0f9e750cd7549acb6be6404f8a56bb9589. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38991acf08783cded495adc8f8257d0f9e750cd7549acb6be6404f8a56bb9589, en de alinea staat in dat document op bytes 17493 tot 18428.