Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 1996
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 1 november 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 1996, ECLI:NL:PHR:1996:21.
22. Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel tot goedkeuring van het Verdrag van Londen wees de Minister erop dat de strekking van het eerste lid van art. 11 van het verdrag is, dat degene die verwacht dat hij aangesproken zal worden voor een vordering die aan beperking onderhevig is niet onmiddellijk een limitatiefonds in een verdragsstaat van zijn keuze kan vormen, maar het initiatief van zijn mogelijke tegenpartij zal moeten afwachten. Zie Kamerstukken I 1988–1989, 19 768 enz., nr. 28a, p. 5. Zie ook R. Cleton, De beperkte aansprakelijkheid van de scheepseigenaar, 1990, p. 44; R. Shaw, Practice and Procedure, in: The Limitation of Shipowners' Liability: The New Law, 1986, p. 113 e.v., p. 119–121; H.-J. Puttfarken, Beschränkte Reederhaftung — Das anwendbare Recht, 1981, p. 116, 125 en 127.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38991acf08783cded495adc8f8257d0f9e750cd7549acb6be6404f8a56bb9589. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38991acf08783cded495adc8f8257d0f9e750cd7549acb6be6404f8a56bb9589, en de alinea staat in dat document op bytes 21520 tot 22360.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/38991acf08783cded495adc8f8257d0f9e750cd7549acb6be6404f8a56bb9589 | shasum -a 256