Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 1996

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 23 april 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 1996, ECLI:NL:PHR:1996:31.

5. ' s Hofs zeer beknopte motivering laat alle ruimte voor misverstanden, al was het maar omdat zij uitdrukking lijkt te geven aan de gedachte dat elkeen die zich in een risicosituatie begeeft geen beroep op noodweer meer toekomt. Deze opvatting lijkt mij in haar algemeenheid niet juist, tenzij men de burger het recht tot zelfverdediging wil ontzeggen in al die gevallen waarin het niet verboden maar misschien wel onverstandig was om zich te gedragen zoals men heeft gedaan (variërend van bijv. het lopen langs straten die als onveilig bekend staan tot het dragen van minirokjes door deswege aantrekkelijke meisjes). Eigen schuld aan de ‘’aanranding’’ leidend tot verlies van de noodweerbevoegdheid, behoort mijns inziens daarom niet te snel te worden aangenomen. Vgl. Machielse, Noodweer in het strafrecht, blz. 613 en 616–617, die de opvatting is toegedaan dat de verdediging die men tevoren al heeft voorbereid door zich met het oog op een mogelijke confrontatie van een wapen te voorzien, noodzakelijk kan zijn zoals ook het gepleegde feit geboden kan zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df3915eb44aa60c5ac6e67a359b67dcdecc1352bbdffb0f06b7281d3b9aa9216. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df3915eb44aa60c5ac6e67a359b67dcdecc1352bbdffb0f06b7281d3b9aa9216, en de alinea staat in dat document op bytes 7038 tot 8165.