Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 1996

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 23 april 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 1996, ECLI:NL:PHR:1996:31.

7. Aldus verstaan ligt in 's hofs vaststelling dat verzoeker zelf de confrontatie met het latere slachtoffer is aangegaan, besloten dat verzoeker niet heeft gehandeld ter noodzakelijke verdediging. Dit oordeel zal in cassatie geëerbiedigd moeten worden. Vgl. voor andere gevallen waarin een confrontatiezoeker zich tevergeefs op noodweer beriep HR DD 95.203, NJ 1990, 353 nt 't H, NJ 1989, 389 nt ALM, NJ 1987, 950 en NJ 1987, 442; zie voorts de rechtspraak die door Van Netburg wordt besproken in Eigen schuld?! Culpa in causa bij wettelijke strafuitsluitingsgronden, WODC 1994, blz. 33–42. Verder kan worden gewezen op de steun die de Hoge Raad krijgt van HSR, 14e druk, blz. 323, en Strijards, Strafuitsluitingsgronden, blz. 44–46 (er is sprake van anterieure verwijtbaarheid).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df3915eb44aa60c5ac6e67a359b67dcdecc1352bbdffb0f06b7281d3b9aa9216. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df3915eb44aa60c5ac6e67a359b67dcdecc1352bbdffb0f06b7281d3b9aa9216, en de alinea staat in dat document op bytes 9327 tot 10126.