Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 april 1996

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 23 april 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 april 1996, ECLI:NL:PHR:1996:31.

De klachten onder b) en c) miskennen dat de feitenrechter binnen de door de wet getrokken grenzen vrij is de straf op te leggen die hem juist voorkomt (HR DD 84.312). In cassatie kan niet worden getoetst of de opgelegde straf beantwoordt aan de persoon en persoonlijke omstandigheden van verzoeker (HR DD 86.194, DD 87.082). Tot nadere motivering noopte het ter zitting aangevoerde niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df3915eb44aa60c5ac6e67a359b67dcdecc1352bbdffb0f06b7281d3b9aa9216. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df3915eb44aa60c5ac6e67a359b67dcdecc1352bbdffb0f06b7281d3b9aa9216, en de alinea staat in dat document op bytes 12143 tot 12544.