Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 1996

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 26 april 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 1996, ECLI:NL:PHR:1996:33.

4.8.1. Terecht heeft de President als zijn voorlopig oordeel uitgesproken, dat MBO zowel het bestaan als de hoogte van haar vordering voldoende aannemelijk heeft gemaakt. De Ruiterij is er, ook in haar toelichting op haar zesde en zevende grief, niet in geslaagd summierlijk aan te tonen dat de vordering van MBO ondeugdelijk is. Om die reden falen ook deze twee laatste grieven.’’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03dd32f4c82fbdbba2e4e4c68fdd4162328a565e47f2666c34f70d260e95a2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03dd32f4c82fbdbba2e4e4c68fdd4162328a565e47f2666c34f70d260e95a2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 14184 tot 14582.