Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 1996
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 26 april 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 1996, ECLI:NL:PHR:1996:33.
Het valt op dat het verlof voor de gelegde beslagen grotendeels is verleend door de president te Amsterdam (zie beslagrekest met daarop verlof, produktie 18a De Ruiterij in eerste aanleg, uitsluitend te vinden in procesdossier De Ruiterij) en dat het geschil omtrent de opheffing van het beslag in kort geding aanhangig is gemaakt bij de president te Maastricht. Noch partijen, noch de uitspraken in feitelijke instanties besteden hieraan aandacht. Artikel 705 lid 1 Rv. bepaalt dat de verlofpresident bevoegd is van de vordering tot opheffing kennis te nemen. Deze bepaling heeft aanleiding gegeven tot een discussie over de vraag of dit een exclusieve bevoegdheid is of niet. Uw Raad heeft deze vraag inmiddels bij arrest van 23 februari 1996, RvdW 1996, 65 in laatstgenoemde zin beslist. Voor verdere beschouwingen over deze kwestie moge ik verwijzen naar de conclusie van A-G Vranken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03dd32f4c82fbdbba2e4e4c68fdd4162328a565e47f2666c34f70d260e95a2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03dd32f4c82fbdbba2e4e4c68fdd4162328a565e47f2666c34f70d260e95a2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 15478 tot 16380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/03dd32f4c82fbdbba2e4e4c68fdd4162328a565e47f2666c34f70d260e95a2c8 | shasum -a 256