Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 1996
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 26 april 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 1996, ECLI:NL:PHR:1996:33.
6) Onderdeel 1 bevat geen klacht. Onderdeel 2 betoogt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het aan De Ruiterij niet vrijstond op 25 februari 1993 de onderhandelingen af te breken, nu dit strijdig zou zijn met het gerechtvaardigd vertrouwen van MBO dat de realisatie-overeenkomst voor uitbreiding van het hotel tot stand zou komen. De Ruiterij heeft er zich immers op beroepen dat het door haar gemaakte voorbehoud (dat Queens Moat Houses goedkeuring aan het plan tot uitbreiding van Hotel Maastricht zou hechten) in de weg stond aan een gerechtvaardigd totstandkomingsvertrouwen bij MBO. Het onderdeel voert aan dat het hof deze stelling niet heeft behandeld en daardoor hetzij een onjuist oordeel heeft gegeven over het al of niet vrijstaan van De Ruiterij de onderhandelingen te beëindigen, hetzij zijn arrest niet naar behoren heeft gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03dd32f4c82fbdbba2e4e4c68fdd4162328a565e47f2666c34f70d260e95a2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03dd32f4c82fbdbba2e4e4c68fdd4162328a565e47f2666c34f70d260e95a2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 17997 tot 18939.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/03dd32f4c82fbdbba2e4e4c68fdd4162328a565e47f2666c34f70d260e95a2c8 | shasum -a 256