Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 1996

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 26 april 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 1996, ECLI:NL:PHR:1996:33.

Tegen de achtergrond van deze discussie tussen partijen in hoger beroep (waarop het hof zich baseert in de r.o. 4.7–4.7.2) acht ik het niet onbegrijpelijk dat het hof in de memorie van grieven (hetzij in de toelichting op grief 3, hetzij elders in die memorie) niet een grief heeft gelezen van de inhoud als door onderdeel 2 bedoeld. Een zodanige grief kon niet meer bij pleidooi worden ontwikkeld. Dit is vaste rechtspraak; zie recentelijk HR 29 sept. 1995, NJ 1996, 88.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03dd32f4c82fbdbba2e4e4c68fdd4162328a565e47f2666c34f70d260e95a2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03dd32f4c82fbdbba2e4e4c68fdd4162328a565e47f2666c34f70d260e95a2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 22897 tot 23384.