Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:35.

‘’5. Voorop gesteld dient te worden dat beantwoording van de vraag of ATF te dezen in naam en voor rekening van Moksel heeft gehandeld vooreerst dient te geschieden aan de hand van hetgeen KVV en ATF jegens elkander hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. Daarbij is van belang dat ook indien KVV wist dat ATF in opdracht van Moksel handelde, zoals KVV heeft betoogd met een beroep op hetgeen de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] dienaangaande hebben verklaard, die omstandigheid zonder meer nog niet de gevolgtrekking wettigt dat ATF reeds daarom mede in naam en voor rekening van Moksel handelde. Het enkele feit dat ATF in opdracht van Moksel handelde sluit immers niet uit dat ATF de opslagovereenkomst met KVV op eigen naam heeft gesloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1, en de alinea staat in dat document op bytes 13183 tot 14031.