Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:35.

De subonderdelen 1.2–1.4 (1.1 bevat geen klacht) richten zich tegen de overweging van het hof (r.o. 5, eerste zin) dat beantwoording van de vraag of ATF in naam en voor rekening van Moksel handelde, vooreerst dient te geschieden aan de hand van de verklaringen van KVV en ATF over en weer en hetgeen zij uit deze verklaringen en gedragingen afleidden en mochten afleiden. Het middel acht deze overweging onjuist omdat het hof zou hebben miskend dat — in een geval als het onderhavige, waarin Moksel door middel van ATF of andere tussenpersonen eerdere transacties met KVV of (voor KVV kenbaar) met derden heeft gesloten, in dier voege dat Moksel daarbij zelf verbonden werd — mede van belang is of Moksel de schijn gewekt heeft dat in haar naam is gehandeld en KVV op basis daarvan heeft aangenomen en mocht aannemen dat jegens haar is gehandeld in naam van Moksel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1, en de alinea staat in dat document op bytes 20570 tot 21490.