Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:35.
Het onderhavige geval wijkt af van de eerder in de rechtspraak aan de orde gestelde casusposities, waarin het doorgaans ging om derdenwerking van een exoneratieclausule, en waarin derdenwerking soms wel, soms niet is aanvaard; zie HR 25 maart 1966, NJ 1966, 279, m.nt. GJS; HR 7 maart 1969, NJ 1969, 249, m.nt. GJS; HR 12 januari 1979, NJ 1979, 362, m.nt. ARB; HR 20 juni 1986, NJ 1987, 35, m.nt. G en HR 9 juni 1989, NJ 1990, 40, m.nt. J.L.P. Cahen. Wat KVV in deze zaak beoogt is niet het ‘’defensieve’’ beroep op een dergelijke clausule, maar het ‘’offensieve’’ beroep op zijn voorwaarden, met als gevolg dat hij een vorderingsrecht tegen de derde geldend kan maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1, en de alinea staat in dat document op bytes 28033 tot 28732.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1 | shasum -a 256