Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:35.

‘’12. Die door KVV verlangde bankgarantie was ingegeven door de op zichzelf gerechtvaardigde behoefte van KVV aan voor de uitoefening van het retentierecht in de plaats komende zekerheid ter zake van hetgeen KVV meende dat Moksel aan haar verschuldigd was in verband met door ATF sedert november 1987 onbetaald gebleven fakturen van KVV. Daargelaten of ter beoordeling van de desbetreffende reconventionele vordering van doorslaggevend belang moet worden geacht, zoals door Moksel is betoogd, of achteraf bezien de vordering van KVV tot zekerheid waarvan zij retentierecht wilde uitoefenen dan wel een bankgarantie verlangde gegrond was moet met de rechtbank worden geoordeeld dat reeds, nu ook in hoger beroep niet gesteld of gebleken is dat het stellen van de door KVV verlangde bankgarantie door Moksel onoverkomenlijk bezwaarlijk was, zij door van die mogelijkheid geen gebruik te maken en aldus er onverplicht ervan af heeft gezien uitlevering van het vlees te verkrijgen heeft aanvaard dat dit voor haar rekening bij KVV in opslag zou blijven en is door de rechtbank terecht geoordeeld dat Moksel op die grond de opslagkosten rechtstreeks aan KVV is verschuldigd.’’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1, en de alinea staat in dat document op bytes 34752 tot 35945.