Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996
Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 1996, ECLI:NL:PHR:1996:35.
Alhoewel aan de Hoge Raad inderdaad nadien geen identieke zaak (retentierecht jegens een ouder gerechtigde derde-eigenaar) meer is voorgelegd, kan wel worden vastgesteld dat de stelligheid waarmee deze uitspraak is gemotiveerd, niet meer aansluit bij de thans heersende opvattingen, ook wanneer, zoals in de onderhavige zaak, uitgegaan moet worden van de voor 1 januari 1992 geldende tekst van het Burgerlijk Wetboek. Immers, diverse malen heeft de Hoge Raad enige vorm van zakelijke werking aan het retentierecht toegekend; zie enerzijds HR 13 mei 1988, NJ 1989, 201 m.nt. WMK en HR 23 juni 1995, RvdW 1995, 144 (retentierecht aannemer jegens derden die recht op de zaak hebben verkregen nadat het retentierecht is ontstaan), en anderzijds HR 1 mei 1964, NJ 1965, 339 m.nt. JHB en HR 15 februari 1991, NJ 1991, 628, m.nt. WMK (retentierecht aannemer jegens houder van hypotheek die vóór het retentierecht is ontstaan).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1, en de alinea staat in dat document op bytes 39637 tot 40572.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/866253210b16da9d7e67f42166bfda1585830a27eee9f3a9e4363c429c8f85f1 | shasum -a 256